De wind is gedraaid. Je voelt het aan alles. In de manier waarop je ‘s ochtends je ramen opent, in de geur van regen op nieuw asfalt, in het onverklaarbare verlangen naar iets anders. Er is iets in beweging. En deze keer ben jij het.
Er staan veranderingen voor de deur, groot en klein, zichtbaar en nog even verscholen in het halfdonker. Sommige zijn tastbaar — zoals die glanzende nieuwe elektrische metgezel die sinds gisteren onder je woont en je voortaan geruisloos door de wereld zal dragen. Andere zijn van een andere orde. Diepgaander misschien. Of gewoon… moeilijker onder woorden te brengen.
Wat je wel kunt zeggen, is dit: binnenkort gebruik je je stem. Anders dan voorheen. Niet alleen om te spreken, maar om te verbinden. Met anderen, met iets groters, met iets dat je zelf nog niet helemaal kunt plaatsen. Er wordt gebouwd aan iets, een levend geheel, waarin klank en aanwezigheid samenkomen. Waar het niet draait om perfectie, maar om aanwezigheid. En ergens, zonder dat je het had verwacht, ben jij daar nu ook onderdeel van.
Je weet nog niet precies wat dit alles gaat betekenen. En eerlijk gezegd: dat voelt goed. Je hoeft niet alles te weten om te beginnen. Soms is het genoeg om op te dagen. Om ja te zeggen. Om het onbekende een kopje thee aan te bieden en je stoel een stukje opzij te schuiven.
Er zijn dingen gaande. Grootse, onzichtbare verschuivingen. Niet alles wil je delen. Sommige hoofdstukken schrijf je liever in stilte, met alleen de maan als getuige. Maar wat je wel kwijt wilt: je beweegt. Eindelijk weer. En je houdt je nergens meer aan vast.
Misschien omdat je geleerd hebt wat het is om te vallen. Misschien omdat je nu weet dat verandering niet altijd het einde betekent.
Misschien zelfs, heel misschien, is het een begin.
En ja, de lucht is lichter dan hij in tijden geweest is. Maar dat komt misschien ook omdat je iets zwaars achter je hebt gelaten.



