Daar komen ze weer, de politieke klunstenaars. De mensen met zonnebankbruin gezicht en stropdas zo strak dat je zou denken: “Hier zit een zaagmachine achter.” Ze oefenen hun boze blikken, hun open armen en hun verontwaardigde zuchten.
Coach-advies vooraf aan het debat: “Oké Geert, kijk eens recht in de lens alsof je daar een ziel kapot kunt maken.”
En wij? Wij zitten voor de buis. Met popcorn. En schaamteloze nieuwsgierigheid. Want dit is beter dan elke soap.
De één roept klimaat noodzaak, maar achter de schermen wil ‘ie liefst extra boren in Groningen. De ander zegt: “Ik ben van de gewone Nederlander,” terwijl hij wetten steunt die alleen uitpakken voor wie al een dikke bankrekening heeft.
En we trappen er wederom in. Met open ogen. Want ja, er is angstsfeer.
En ja hoor, bij het eerste de beste debat staat Wilders weer in de schijnwerpers. Zijn naam dook op in een Belgische dreigingslijst. Van knutselterroristen met een 3D-printer (al zeg ik het wat gechargeerd natuurlijk), wat staalballetjes, en hoop dat ze indruk maken. En wat doet Geert? Hij stopt met campagne-activiteiten, want hij heeft een gevoel.
Mijn oma had ook vaak gevoelens. Vaak had ze gelijk, maar niet elke keer.
De Nederlandse veiligheidsdiensten zeggen: “We zien geen directe dreiging.” Maar in de politiek telt beleving zwaarder dan feiten — de waarheid is vaak als een kromme stoelpoot: lastig te geloven, lastig te steunen. Dus zie je de PVV stijgen.
Niet vanwege een briljant plan, want de afgelopen twee jaar hebben ze het land verdeeld, verziekt en wereldkampioen angstzaaien geweest en daarnaast hebben ze in die periode dat ze hebben geregeerd best wel NIETS voor elkaar gekregen. Maar ja, angst verkoopt he, dat is een feit.
Problemen in een vrolijk jasje, enthousiasme in een dreigend jasje, en iedereen wil er een stukje vanaf hebben.
En dan begint het: mensen die normaal stemmen op hun sterrenteken, zeggen opeens: “Ach, Geert heeft misschien toch een punt…” Een beetje alsof je stopt met vet eten omdat je buurman zegt dat groenten lekker zijn.
En dan begint het: mensen die normaal stemmen op hun sterrenteken, zeggen opeens: “Ach, Geert heeft misschien toch een punt…” Een beetje alsof je stopt met vet eten omdat je buurman zegt dat groenten lekker zijn.
Ik ken trouwens een Henk en Ingrid. Nee, ze stemmen niet op de PVV — die stemmen gewoon D66. Altijd al gedaan. Met een wijntje erbij en een discussie over de opvang van vluchtelingen.
Maar hé — dat brengt me bij Caroline van der Plas. Voor de lieve Caroline van de BBB wil ik toch echt wat extra ruimte maken op mijn oh zo populaire blog . Zij verdient dat wel, toch? Hahahah…
Caroline gedraagt zich alsof ze gewoon een plattelandsmeisje is, met klompen aan en een glimlach op haar boerenerf. Maar graaf je iets dieper, dan stuit je op grove ideeën. Ideeën over migranten, “de elite” en instituties. En als haar opmerkingen precies kloppen — nou, dan hoop ik stilletjes dat dit alles stopt vóórdat het de openbare orde platlegt. Ze speelt vaak de kaart “Ik stel alleen maar vragen.”
Daar is niets mis mee… totdat je merkt dat die vragen verdacht veel lijken op een handleiding voor polarisatie.
“Waarom zitten er zoveel D66’ers in de Raad van State?” — zo’n vraag klinkt onschuldig, maar het zegt: de democratie is kapot, tenzij wij hem besturen.
Ze jaagt op twijfel, zaaien wantrouwen, en als mensen haar confronteren, roept ze: “Ze willen me monddood maken!”
Een klassiek slachtofferverhaal — maar dan met een hooivork in haar hand.
Als Van der Plas het morele kompas van de agrarische sector is, dan is het hoog tijd dat we dat kompas bij te stellen. Niet alleen met natuur of mest, maar met gezond verstand, met nobele waarden, met nuance. Als dit de manier is waarop “de gewone Nederlander” praat, dan kunnen we dat label maar beter laten varen. Met een steen erop. Zodat Caroline er geen volgend gesprek bovenop hoeft te voeren.
Ik stem op een vriend van me. Hij staat op plek 37. Bij een partij waar op verjaardagen nog wordt uitgelegd dat ze “echt níét alleen voor Randstedelingen zijn.”
Waarom ik op hem stem? Omdat hij in ieder geval niet meedoet aan dit spektakel.
Geen dramatische filmpjes, geen hysterische tweets, geen suggesties over “verwoestend Nederland.”
Hij doet z’n ding, belt z’n moeder nog elke week, en vindt het irritant als iemand “het volk” zegt terwijl ‘ie zelf vijf panden bezit.
Maar goed. Stem jij op wie je wil.
Ik stem op mijn vriend. Omdat hij tenminste z’n belasting betaalt, aardig is voor zijn buurvrouw en nog weet hoe je fatsoenlijk een biertje tapt. En mocht hij winnen? Dan neem ik ontslag als Sales Rep. en word ik zijn voorlichter. Want ook ik wil wel eens liegen voor mijn geld 😉
En als je echt niet weet op wie je moet stemmen:
Stem op jezelf. Maak een lijst met wat jou stoort. Kijk in de spiegel. Los er één ding van op — zonder te schelden.
Want dat kunnen die lui in Den Haag allang niet meer.


