- Ik schrijf niet om likes te scoren.Niet om te shinen. Niet om je te overtuigen. Ik schrijf omdat het kriebelt. Omdat sommige dingen nu eenmaal beter klinken op papier dan in mijn hoofd of uit mijn mond. Voor wie wil voelen, gniffelen, of zich even laten meeslepen. Lees het. Of niet. Dat dus. En m’n nieuwste blog staat weer online. Voor wie zin heeft. Of nieuwsgierig is.
Misschien is het te persoonlijk, wat ik ga schrijven. Misschien ook een beetje confronterend. Voor jou. Maar vooral voor mezelf. Want ik probeer mezelf een beetje terug te vinden. Of eigenlijk: weer toe te laten. Tussen de lagen die ik in de loop der jaren over mijn gevoelens heb gelegd van praktische beslissingen, stoerdoenerij, weglachen, doorgaan probeer ik nu iets zachters te vinden. Iets echts. En dat begint hier. Met woorden. Omdat ik nog niet durf te schreeuwen, maar ook niet langer wil zwijgen.
Je dacht dat je gewoon niet lekker in je vel zat. Een verkeerde houding misschien. Te weinig geslapen, te veel aan je hoofd. Iets lichamelijks in elk geval. Maar nee. Het is je lijf dat schreeuwt wat je hoofd al jaren wegdrukt. Het zit daar. In je schouders, altijd nét iets te gespannen. In je onderrug die zeurt als een kind dat te lang is genegeerd. In dat opgeblazen gevoel in je buik, alsof je middenrif een zandzak is waar je elke dag opnieuw over struikelt.
Je denkt: Ik moet meer bewegen. Maar eigenlijk moet je stilstaan. Echt stilstaan. Bij jezelf. Want je draagt iets mee wat je nooit hebt uitgepakt. Een verleden dat zich genesteld heeft als een kat op je borstkas: ogenschijnlijk kalm, maar drukkend aanwezig.
En je weet best waar het begonnen is, ook al probeer je het niet te vaak aan te raken. Een zomer, ver van huis. Een plek waar de tijd anders liep, waar de lucht rook naar stof, thee en stilte. Je was klein. Te klein om achtergelaten te worden, te begrijpen. Maar oud genoeg om iets te voelen breken en het missen. Ze zeiden niet of het tijdelijk was, ze zeiden helemaal niets eigenlijk, poef..weg waren ze. Het was tenslotte tijdelijk, maar voor jou duurde het een eeuw.
En toen weer terug, waar alles vertrouwd leek maar niet meer zo voelde. Je lichaam sprak een taal die niemand leek te verstaan. De signalen waren luid, maar de reacties onhandig. Of pijnlijk zelfs. Begrip bleef uit. Verwarring nam het over. En met elke gemiste afstemming trok iets in jou zich verder terug. Je leerde dat het veiliger was om niet te veel te vragen. Om stil te blijven. Om je gevoelens in te slikken en te doen alsof het niets was. Want wie lastig is, blijft alleen.
Dus werd je handig. In overleven. Opstandig ook. Want zelfs het stilste hart wil gehoord worden. Een manier om je zelf te verdedigen, verdedigen voor alles wat je pijn zou doen.
En nu, vandaag. Volwassen.Je lichaam draagt nog altijd sporen van wat je hebt meegemaakt — niet zichtbaar voor iedereen, maar jij herkent ze.
De extra lagen die ooit veiligheid boden. Die je opbouwde toen woorden tekortschotenen stilte makkelijker was dan uitleg. Je herinnert je hoe het voelde: om langzaam meer ruimte in te nemen, en tegelijk steeds minder jezelf te zijn.
Je bent veranderd sinds die tijd. In gewicht, in vorm, in hoe je jezelf vasthoudt.
En toch blijft dat ene gevoel hardnekkig hangen — dat niets je echt staat. Alsof je lijf zich telkens net niet laat omarmen, door stof, door blikken, door jezelf. Je trekt iets aan dat nieuw is, en iets in je blik zakt een fractie. Je denkt: misschien ben ik het wel, die nog niet helemaal mag verschijnen.
Bang om geraakt te worden door ogen die oordelen in plaats van begrijpen. Door zinnen die geen brug slaan maar muren optrekken.
Misschien ben jij nu degene die anderen pijn doet. Omdat je nooit hebt geleerd hoe je voor je eigen littekens moest zorgen. Omdat je liefde verwart met controle, en controle met veiligheid. Omdat je het leven probeert te proeven via snelle suiker en lang uitgestelde spijt.
Maar ergens – diep onder de moeheid, de schaamte, de strijd – is er een verlangen. Niet naar een doorbraak. Niet naar een groots gebaar. Maar naar thuiskomen. In jezelf. Dat je lichaam al die tijd gelijk had. Dat je gevoelens legitiem zijn, ook als ze onhandig zijn. Dat je mag rouwen om wat je niet kreeg, zonder dat je anderen blijft straffen voor jouw gemis. En ja, het verleden doet ertoe. Maar vandaag telt ook.
Je kunt niet blijven wijzen naar vroeger als je vandaag schade aanricht. Ook niet als je dat met de beste bedoelingen doet. Dus misschien… Misschien is het tijd om het verleden uit te pakken. Niet als straf. Niet als drama, zeker niet. Maar gewoon als mens.
Je hoeft het niet in één keer goed te doen. Je hoeft alleen maar te beginnen met luisteren naar wat je altijd al fluisterde: je mag hier zijn.



